120 jaar Abcouder IJsclub

120 jaar Abcouder IJsclub

Doude van Troostwijkstraat, Dedelstraat, Koomanstraat, Tuyl van Serooskerkenstraat, Sandbergstraat, Jan Trouwstraat, Monaitstraat, wie kent deze Abcouse straatnamen niet van voormalige burgemeesters, doktoren, etc. Wat waarschijnlijk niet bekend is dat deze personen aan de wieg van de Abcouder IJsclub hebben gestaan, tot medio begin jaren ’60, in hun rol als voorzitter of in een andere bestuursfunctie. Ook kenmerkende Abcouse namen als Pander, Wiersma, Hoogenhout, Albers, Vermoolen, Koekenbier, Pepping, De Graaf, Van Oostrom, Gorlee, etc. waren inwoners die bij de geschiedenis van de IJsclub een rol hebben gespeeld.

25 jan. 1895, heeft C.J. Doude van Troostwijk, in café De Wakende Haan, met anderen de IJsclub opgericht. Uit de notulen van destijds blijkt dat er vòòr 1895 een andere ijsclub was, althans de notulen maken melding van overname van goederen daarvan. In 1888, met de bouw van het huidige Fort Abcoude, waren arbeiders uit Groningen en Friesland betrokken, die toen wedstrijden schaatsten op het Abcouder Meer, waarschijnlijk als deelnemer van een toen bestaande en in 1895 opgeheven ijsclub. Abcoude was vooral een natuurijsvereniging dat begon met het organiseren van “hardrijderij met paard en arreslede” op het Abcoudermeer. In 1895 werd ook al samenwerking gezocht met omliggende dorpskernen, waaruit later, in 1954, de nog steeds bestaande organisatie “Samenwerkende IJsclubs” (SWIJ) is ontstaan. SWIJ is verantwoordelijk voor de schaatstoertochten die, in geval van natuurijs, tussen Abcoude, Baambrugge, Vinkeveen en Ouderkerk a/d Amstel worden verreden. Behalve de SWIJ sloot Abcoude zich ook aan bij de KNSB dat toen in 1895 slechts een handvol leden en donateurs telde.

De IJsclub had langere tijd sinds de oprichting drie taken, zo valt op te maken uit de berichtgeving van toen, namelijk: een sociale, een sportieve en een werkverschaffende taak.

De sportieve taak was logisch, het organiseren van wedstrijden voor de rijders. De werkverschaffende taak betrof vooral de baanvegers die werden gerekruteerd uit de bevolkingsgroepen die in de winter het zwaarst werden getroffen door de vorst. De ‘sociale taak’ tenslotte was het organiseren van wedstrijden waarbij de deelnemers “hun energie ten dienste stelden van minderbedeelden uit hun omgeving”. De jonge mensen uit het dorp schaatsten voor de bejaarden, werkzoekenden en hulpbehoevende dorpsgenoten waarbij de prijzen meestal bestonden uit levensmiddelen, het z.g. “spek en bonen”.

In lang vervlogen tijden zetten de besturen van Abcoude en aangrenzende dorpen zich vooral in voor een vrije doortocht van schaatsers. Zoals bijvoorbeeld in 1896, het plaatsen van een schot in de Waver bij de waterkering van het stoomgemaal en veel later weer de zorg voor een onderdoorgang van Abcoude naar Ouderkerk onder de A2. Door de jaren heen tot anno 2015 zijn de SWIJ zeer alert op de infrastructuur van het water om de belangen van de schaatsers te beschermen. Bij de provinciale verkiezingen van maart 2015 probeerden bestuursleden van ijsclubs een positie te veroveren bij de waterschappen van de provincies, louter en alleen om het schaatsen ongestoord te kunnen laten doorgaan.

Bijzonder in de historie is dat de IJsclub in 1905 een ministeriële vergunning kreeg voor het schaatsen op de gracht van Fort Abcoude. Tijdens de 2e wereldoorlog verboden de Duitse bezetters dat er nog langer op het Fort geschaatst mocht worden. Door toedoen van ZKH Prins Bernard mocht de IJsclub pas in 1964 de Fortgracht weer officieel in gebruik nemen, nadat de toenmalige Burgemeester Knoppers en de Abcouder journalist Jan Trouw hiervoor ruim tien jaar actie hadden gevoerd. Tegenwoordig heeft de IJsclub een enkele bunker op het Fort in gebruik voor de opslag van al haar materialen en veegmachines. In 1951 lag het materiaal nog in de schuur van de boerderij van baancommissaris De Graaf aan de Meerweg. Een nazaat van deze De Graaf is nog steeds verbonden aan de IJsclub. Familiaire en dorpstradities worden voortgezet. In jan. 1970 heeft de IJsclub voor het eerste verlichting aangebracht op en rond de Fortgracht. In het najaar van 2014 is alle verlichting vernieuwd. Dankzij bijdragen van veel donateurs kon deze peperdure operatie gerealiseerd worden.

Ook sinds de jaren ’60 heeft de IJsclub een Harley Davidson motorfiets, afgedankt door het leger en, door een smid uit Friesland als veegmachine gebouwd. De machine is destijds gekocht door het toenmalige Abcouse aannemersbedrijf Albers. Albers is een naam die, zie elders in dit document, nauw verbonden is met de IJsclub. De Harley is onlangs door vrijwilligers geheel gerenoveerd. E.e.a. ook weer mogelijk gemaakt door bijdragen van donateurs. Het wachten is op een heerlijke lange schaatswinter om de Harley langdurig uit te testen.

Uit de notulen blijkt ook dat er bizarre koude winters waren. Op 16 feb. 1956 was het min 26.6C. Er waren destijds priksleewedstrijden en Nederlandse kortebaan kampioenschappen op het Abcoudermeer. In jan. 1963 was het wederom extreem koud, ong. min 20C. De IJsclub organiseerde toen een toertocht met ruim 5000 deelnemers. Enkele dagen later gevolgd door langebaan wedstrijden, waar de alom bekende Henk van de Grift en Gerben Carsten aan meededen. En twee dagen later op 18 jan. 1963 was er 12e Elfstedentocht, waar zelfs nog de Abcoudenaar Siem Albers aan deelnam. Nog een detail, het ijs op het Abcoudermeer had in de winter van jan/feb. 1963 een dikte van maar liefst 50 hier en daar oplopend tot 60 cm.

In dec. 1961 werd in Amsterdam de Jaap Edenbaan geopend. Vanaf die jaren is Abcoude, behalve een natuurijsvereniging ook een kunstijsclub geworden. Tot en met vandaag, en dat al vele jaren lang, gaat elke zaterdag een heuse touringcar vol met kinderen van zes tot twaalf jaar naar de Jaap Edenbaan om daar de eerste schaatslessen te volgen. Op andere avonden rijden pupillen, junioren en senioren van de IJsclub hun rondjes o.l.v. gecertificeerde schaatstrainers. De IJsclub werkt daarin al vele jaren samen met de ijsclubs uit Baambrugge, Driemond en Diemen.

Het Fort Abcoude is enige jaren geleden door de toenmalige gemeente Abcoude overgedragen aan Natuurmonumenten. De IJsclub heeft een huurcontract met Natuurmonumenten voor de bunkers die zij in gebruik heeft voor opslag van materiaal. Bijzonder is dat in geval van natuurijs, de IJsclub het beheer heeft over de Fortgracht en dat de bruggen worden geopend zodat schaatsers ongestoord hun rondjes van 900 meter kunnen rijden. Donateurs, die een jaarlijkse bijdrage betalen, hebben met hun gezinsleden gratis toegang. Met het Viscentrum voor gehandicapten is een overeenkomst dat zij, wanneer de Fortgracht open is voor het schaatsen, de gehele catering verzorgen en de opbrengst daarvan mogen behouden. De IJsclub beleeft echt euforische momenten wanneer er geschaatst kan worden op het Fort. Het levert in de schemer, met al de verlichting rondom, oudhollandse plaatjes, veel drukte en gezelligheid op. I.p.v. jeugdschaatsen op de Edenbaan, vinden de lessen dan plaats op de Fortgracht. Voor de kinderen telkens weer een unieke belevenis, dat helaas niet elk jaar voorkomt.

Behalve natuurijs heeft Abcoude gemiddeld per schaatsseizoen ong. 50 kinderen van zes tot twaalf jaar, enkele pupillen en junioren van twaalf tot achttien jaar en ongeveer twintig actieve achttien plussers op de Jaap Edenbaan rijden. Daarnaast is er een sterk wisselend donateurs bestand, veroorzaakt door te weinig winters met natuurijs.

Abcoude werkt al geruime tijd met drie andere IJsclubs nauw samen om jeugdige talenten professioneel te begeleiden. Er is een selecte trainersgroep met pupillen en junioren van die clubs die twaalf maanden per jaar onder leiding van goed gecertificeerde trainers werken aan hun sport. Doel en visie is deze groep, GOBAD genaamd, naar een professioneel niveau te tillen. En dat lukt wonderwel. Er zit in die groep veel progressie.

Om het schaatsen te continueren en vooral steeds maar te verbeteren wordt samengewerkt en is er innig overleg met de KNSB, het KNSB gewest Noord-Holland-Utrecht, De Jaap Eden baan en haar Task Force, het waterschap, de gemeente De Ronde Venen en natuurlijk de eerder genoemde samenwerkende ijsclubs.

Dit was een korte samenvatting van 120 jaar Abcouder IJsclub. Veel wetenswaardigheden blijven onvermeld. Helaas. Wel vermeldenswaard is dat de IJsclub de oudste vereniging in de gemeente De Ronde Venen is..

Geraadpleegde bronnen en literatuur:
Archief van de Abcouder IJsclub, www.abcouderijsclub.nl
www.teamgobad.nl
“Burgemeester als schaatsvaders”, Ton Pepping, Abcoude 28 jan.1995
Koninklijke Nederlandse Schaatsrijders Bond, KNSB, www.knsb.nl
Historisch archief, KNSB gewest Noord-Holland Utrecht, www.knsb-nhu.nl
IJspolitie, IJsbond “Hollands Noorderkwartier” Oudendijk/Alkmaar 1898
“Acht eeuwen schaatsen in en om Amsterdam”, Niko Mulder en Jos Pronk, Sportliteratuur Uitgeverij, 2015.
Westrijdbepalingen voor op de schaats, Uitgave van de Landelijke Bond van IJsclubs, december 1948.

Prins Bernhard en de Abcouder IJsclub

Aan Z.K.H. Prins Bernhard hebben wij te danken, dat hij als Inspecteur Generaal van de Nederlandse Strijdkrachten, heeft te werk gesteld, dat de Fortgracht weer toegankelijk werd voor leden van de Abcouder IJsclub.

Daar vanwege de oorlogsjaren het Fort Abcoude militair gebied was, mocht er geen gebruik gemaakt worden van de Fortgracht als ijsbaan. Onze toenmalige secretaris de heer M. Pander heeft toen een brief gestuurd naar Z.K.H. Prins Bernhard, met de vraag of hij als Inspecteur Generaal een goed woordje kon doen om de Fortgracht weer toegankelijk te maken. Z.K.H. Prins Bernhard heeft er toen persoonlijk voor gezorgd, dat de leden van de Abcouder IJsclub weer konden schaatsen op hun geliefde Fortgracht. Men moest wel een geldig en zichtbaar opgespeld toegangskaartje dragen.

Zo heeft Z.K.H. Prins Bernhard bij de Abcouder IJsclub een speciale plaats gekregen.

Bestuursvergadering Abcouder IJsclub 5 januari 1940.
Opgemaakt door de toenmalige secretaris de heer M. Pander.

De bestuursproblemen vlak voor de oorlogsjaren.
Aanwezig waren de heren Vermolen, Vermey, Riemsdijk, Bas Kolenberg, Kolenberg en Pander. Later kwam ook nog Boxce.

Het doel van de vergadering was eens even een uiteenzetting geven over de stand der financiën. Het bleek dat er nog ruim honderd gulden in kas zou zijn als de banen 6 januari zouden zijn verzorgd. Er bleken 230 leden te zijn. De vraag was natuurlijk: “Wat nu”.Het eenvoudige en meest doeltreffende antwoord hierop gaf  Vermolen door te zeggen “Vegen tot er niets meer is en dan ophouden”. Toch werd er deze vergadering een hartig woordje gesproken over de eigenaardige geest onder vele Abcouders, die, nu afsluiting der banen niet wettig is gebleken, liever voor niets rijden zonder zich af te vragen of ze daardoor geen klaplopers op kosten van de club worden. Dat interesseert die lieden blijkbaar volstrekt niet!!!. Vermolen vindt dat het oorspronkelijk doel de vereniging is geweest, dat er geveegd werd zonder dat men zich verder afvroeg hoelang. Dat mag dan waar geweest zijn in de tijd van Koning Willem 1, maar de tijden veranderen voor een ijsclub ook. Wat toen normaal was is heden abnormaal. De baanvegers zullen toen ook wel geen 40 ct. Per uur ontvangen hebben. Toen waren er geen andere inkomsten dan de contributie en wat vele belangstellende er nog bij gaven, maar nu kan men niet met rede verwachten dat er veel ander geld dan de contributie binnenkomt. Voor die kale gulden wordt nu verwacht, dat de banen prima in orde zijn, hetgeen ieder ingewijde wel begrijpt dat onmogelijk lang vol gehouden kan worden. Temeer niet omdat eenmaal vegen van onze lange verkeersbanen ongeveer 75 gld. Kost. De avondbaan die nu langs de Koppeldijk op ondergelopen land is aangelegd kunnen we wel buiten beschouwing laten, omdat die zich zelf redt. Militairen worden daar zonder betaling toegelaten. Zelfs sergeants die het mijns inziens best zouden kunnen betalen, terwijl ik ook niet betwijfel dat vele soldaten er ook goed toe in staat zouden zijn. Ze komen zelfs uit Nichtevecht en als ze terug gaan”dan smaakt een slokje bij Anderson toch zo heerlijk”. Dat is gegund, maar zonder geld zal het bestuur wel verplicht zijn om zulke prettige uitgaansavondjes spoedig te beëindigen. Misschien vinden ze dan we op andere gebieden een vervangende vereniging. Die machtig lange en voor armoedzaaiervereniging, als de Abcouder IJsclub na het onwettig zijn van de afgesloten Meerbaan geworden is, veel te lange verkeersbanen (helaas zonder verkeer) doet ons in minder dan geen tijd grondig de das om. Vermey wil het opgeven, maar Vermolen vindt dat de leden die een tochtje willen maken het recht hebben om die banen in goede staat te vinden en verwijst naar de statuten der vereniging. Willen die leden wel een tochtje maken? Het is toch te dwaas om alleen te lopen dat voor die paar die dat dan willen geregeld ongeveer 8 á 10 K.M. baan in orde te houden. In de praktijk komt het hier op neer dat de Amsterdammers die paar dagen dat ze werkelijk eens hier naar toekomen op de schaats, die banen keurig in orde vinden. Ze betalen er niets aan en toch zijn ze de enigen die er voordeel van hebben. Nu kan men zo sociaal denken als men wil, maar er is een grens en die is in Abcoude bereikt. Men is het er over eens dat het voor de bestuursleden een vervloekt baantje is om zonder verdere inkomsten te werken tot het bittere einde. Waar moet het heen als elk jaar eens een wintertje in valt. Wat onze voorvaderen bedoeld hebben is ons dierbaar, maar als de tijden veranderen dan dienen de doelstellingen van der club ook iets moderner te worden. Een afgesloten baan is het enige wat ons erbovenop helpt. Krijgen wij die niet dan is het einde vroeg of laat met de pret. De hele mentaliteit van de Abcouders staat er borg voor dat het ledenaantal niet zal toenemen onder de bestaande omstandigheden. Wedstrijden kan men lid of niet allen bijwonen. Waar wordt dat nu nog vertoond.
Een landijsbaan?
Volgens enigen is dat een zaakje die de club niet mag aanhalen. Waarom niet? Nergens staat in de notulen dat het verboden is. In een der laatste nummers van het nieuws staat een stukje ingezonden, dat vreemdelingenverkeer voor de middenstand zo mooi is. Dat kan de ijsclub bevorderen. Nu kan de middenstand van Abcoude me in het generaal gestolen worden, want wonderlijk genoeg zijn er verscheidende middenstanders geen lid van de IJsclub en ze hebben er zoveel aan volgens de inzender. We hebben de maatregel moeten nemen om bij het kopen van prijzen eerst eens na te gaan wie wel en wie niet lid is. Wat te denken over van de volgende mededeling van een der bestuursleden over een plaats gehad hebbend gesprek? Iemand beklaagde zich dat hij voor zijn vrouw en kinderen elk een gezinskaart moest aanschaffen voor schrik niet 10 ct. Per seizoen. Dat vond hij onbillijk. Ja dat is bar onbillijk natuurlijk. Voor die gulden contributie moest men zijn hele familie tot in de 3427ste graad, dus zo ongeveer van Adams tijd af, gelegenheid kunnen bieden alle banen der vereniging te berijden, liefst met recht van ongezouten kritiek over het beroerde vegen en het snelle opmaken van de centen. Als de middenstand zelf niet begrijpen kan dat als ze alleen maar willen profiteren van de club, maar verder geen cent extra willen geven, dat die club dan niet bestaan kan, dan zijn ze niet waard dan dat hun vreemdelingenbezoek voorbij gaat. Onze ijstent is voor het verkopen van versnaperingen gegeven aan een middenstander “die wel eens zal zien wat het opbrengt en dan wel wat zal geven.” Die tent brengt hem zeker meer op, dan hij ons zal zeggen als goed zakenman en het zal mij benieuwen wat de club opstrijkt van de winst. Het is alleen halen van de club maar brengen schijnt niet nodig te zijn. Nu is het met onwillige honden slecht hazen vangen. Het domme stukje ingezonden werk is hier naar ik meen voldoende mee bekritiseerd. Maar dat de eind redacteur die voldoende in ijszaken zit dat gekreun nog opneemt is diep treurig en die man had beter moeten weten. Abcouder winkeliers zijn het natuurlijk met het stuk eens. Dat spreekt vanzelf. Maar laten ze zelf maar eens over het geval nadenken dan zullen enigen wel inzien dat onze club geen club is die alleen maar voor de middenstand kan werken en dat liefst zonder centen. De tijden dat als er geen geld in kas was, de bestuursleden ieder een bezem grepen, dienen voorbij te zijn en zijn dat ook. Hier moeten andere wegen langzamerhand bewandeld worden, anders is het gesukkel onze dood. Er zal wel geen bestuur gevonden worden dat van plan is om het vele werk plezierig te doen onder de gegeven omstandigheden. Mooie praatjes op de vergaderingen zijn treffelijk om aan te horen maar geven ons geen baat. De vereniging dient hoe dan ook andere wegen te bewandelen of onder te gaan als club die te conservatief de zaken willens en wetens op de ouderwetse trant voortzetten wilde.

Verkeersbanen: Geveegde banen op het ijs. Ook wel ijswegen genoemd.
Militairen: Deze lagen gelegerd op de forten Nichtevecht en Abcoude.
Landijsbaan: Lag in het verlengde van de Koppelkade, achter de woningen aan de Koppeldijk.
IJstent IJsclub: Bestond uit rietmatten vastgezet in een houten frame.